Actueel

Verslag Informatiebijeenkomst Anders Verantwoorden 20 januari 2016

door: Yvonne van Oorsouw en Saar Frieling

Op zoek naar de brug die het onderwijs van de vrijeschool en de eisen van het systeem vanuit eigenaarschap aan elkaar weet te verbinden, heeft Annemieke Zwart (o.a. auteur van ‘ik zie rond in de wereld’) in nauwe samenspraak met het werk van Gert Biesta een methode ontwikkeld om onderwijs te verantwoorden. Tri-band verantwoorden is een manier om trouw te blijven aan een onderwijsconcept zonder daarmee onbegrijpelijk te worden voor het systeem. Lees verder Verslag Informatiebijeenkomst Anders Verantwoorden 20 januari 2016

Geschikte toetsmethodes voor vrijescholen

Door: Evelien Nijeboer en Paul Zachos

Hieronder een interview met Paul Zachos, een didactische professional met 40 jaar onderwijservaring. Hij publiceerde o.a. in The Waldorf Institute Research Bulletin en geeft leraarcursussen over Assesment in Waldorf Education. Hij is verbonden met het Global Event College van J. Ben Aharon.

Paul, wat moet er volgens jou veranderen in de scholen als het gaat om toetsen? Welke toestmethoden zijn geschikt voor vrijescholen en waarom?
“Laten we eerst onze definitie van ‘toetsen’ eens bekijken. Om onderwijsactiviteiten gericht en samenhangend te kunnen uitvoeren moet je verschillende elementen onderscheiden namelijk: curriculum of – wat zijn je leerdoelen? Instructie, de methodes die je gebruikt om leerlingen te helpen die leerdoelen te bereiken – vertellen, laten zien, laten beleven enzovoort. Toetsen is een manier om uit te vinden in hoeverre je leerlingen dat leerdoel hebben bereikt. En je spreekt van ‘evaluatie’, als je al kijkt naar hele proces van leren en onderwijzen. Dan leg je alle informatie over het hele proces – ook de toets resultaten – bij elkaar om de onderwijsactiviteit als zodanig te beoordelen. Om te kijken hoe je het kunt verbeteren in de toekomst.”
“Het is belangrijk om te weten of leerlingen ook werkelijk geleerd hebben wat we graag wilden. Maar veel van wat onder de naam ‘toetsen’ gebeurt heeft helemaal niets te maken met de ondersteuning van het leerproces, of het onderwijs als zodanig. In onderwijskundig opzicht heb je er niets aan om te weten hoe leerlingen scoren ten opzichte van elkaar. Het vergelijken van prestaties van leerlingen onderling is alleen nuttig voor bijv. de overheid, om bepaalde vormen van sociale controle te kunnen uitoefenen. Of om kinderen privileges op vervolgonderwijs te kunnen toekennen of onthouden.   Deze informatie dient geen enkel educatief doel en draagt niets bij aan onderwijs als zodanig. Toch is deze praktijk diep geworteld in bijna al onze onderwijsinstellingen.”
“Zien of een leerling iets geleerd heeft, is iets heel anders dan het gewoonlijke toetsen wat we doen. Kijken wat een leerling geleerd heeft is eigenlijk heel simpel en dat moet je ook liefst zo houden. Je moet vooral heel goed kijken naar je leerlingen. Beoordelen, en het vinden van de juiste manier daarvan, is trouwens wel heel belangrijk – hoe moet je anders weten waar je leerling staat in z’n leerproces , of hoe je je leerdoelen en instructies kunt verbeteren?”

 

Een andere uitdaging ligt in het evalueren van het leerproces. Hoe moeten, of mogen we de informatie gebruiken die we door het beoordelen van het leerproces hebben gekregen? Conventionele testen en het toekennen van cijfers zijn vaak gericht op het meten van iemands prestaties ten opzichte van het gemiddelde van een norm-groep. Bovendien worden ze vaak gebruikt om grote beslissingen –zoals bindende adviezen over vervolgonderwijs – op te baseren. Dit zijn geen educatieve doelen. Dit soort toetsen geven niet de informatie die je eigenlijk wil en nodig hebt namelijk: in hoeverre heeft de leerling de specifieke leerdoelen bereikt? Alleen díe informatie is echt behulpzaam in het leerproces, zowel voor de onderwijzer als de leerling. De evaluatie van het leerproces moet je ook simpel houden: informatie van en over leerlingen mag je alleen gebruiken om hen te helpen leren en om uit te zoeken wat je moet doen om hun ontwikkeling te bevorderen. Al het andere is niet van educatieve waarde en neigt ertoe de verhouding tussen leraar en leerling te corrumperen. Toetsen gaat eigenlijk over: het leren kennen van de leerling. En evaluatie van het leer- en onderwijsproces gaat over het bestuderen van onderwijsactiviteiten om ze te kunnen verbeteren.

Zijn er manieren om te toetsen die niet ingrijpen in het leerproces van de kinderen? Een Cito-toets heeft ontzettend veel invloed op school. Het dwingt leraren om de kinderen te leren wat er in de toets gevraagd wordt en de toets sluit helemaal niet aan op ons vrijeschoolcurriculum.
“Als het toetsen op een goede manier gebeurt heeft het geen nadelige invloed op het onderwijs en het leerproces. Mijn collega’s en ik hebben bijvoorbeeld een leerproef ontwikkeld die leuk is, die motiveert en die een directe binding tot stand brengt tussen de leerling en een natuurlijk fenomeen. Deze toets of leerproef noemen we Cubes & Liquids: http://www.acase.org/educational-assessment/ . Deze toets voorziet leraren en leerlingen van informatie in hoeverre ze zes vaardigheden beheersen die essentieel zijn voor de interactie met de wereld om je heen. De leerproef kost geen onderwijstijd, want het ís onderwijs – leerlingen oefenen er de vaardigheden mee die worden beoordeeld. Een leerproef kan dus als onderwijsactiviteit onderdeel uitmaken van het leerproces. De informatie die je ermee krijgt wordt alleen gebruikt om de instructie te verbeteren, voor leerlingen die met deze proef de beoogde vaardigheden nog niet hadden opgepikt. Hij wordt niet gebruikt om leerlingen met elkaar te vergelijken of hen te classificeren.”

 Hoe speelt dit thema in het vrijeschoolonderwijs? Zijn er manieren van toetsen die specifiek geschikt zijn voor het vrijeschoolonderwijs?
Het bovenstaande geldt voor alle vormen van onderwijs, niet alleen voor de vrijeschool. Ik hoop en verwacht inderdaad dat de vrijeschoolbeweging substantieel zal bijdragen aan het onderwijs van de 21e eeuw met nieuwe toetsmethoden en leerproeven, net zoals ze dat de afgelopen honderd jaar al gedaan heeft op gebied van curriculum, leerdoelen en instructie. Zoals ik al zei: wat er de afgelopen honderd jaar ontwikkeld is aan toetsmethoden is niet educatief en eigenlijk destructief. Ik denk dat we aan het begin staan van een nieuw tijdperk waarin we ons moeten laten leiden door onze imaginatie, inspiratie en intuïtieve vermogens .”

Maar het basismateriaal is deels al voorhanden. Het vormtekenen en het periodeschrift zijn al manieren om leerlingen dieper en beter te leren kennen, en de kinderbespreking is een heel constructieve manier van evalueren. Het vrijeschoolonderwijs levert dus eigenlijk al bijdragen op dit vlak. Deze aspecten van het vrijeschoolonderwijs geven een veel rijker en adequater beeld en informatie over de leerlingen het leerproces, dan conventionele toetsen. En dit is nog maar het begin’.

 

Tot zover Paul Zachos uit New York.

 

Is dit verhaal te makkelijk? Of hebben we last van hindernissen die zoals Paul zegt, te maken hebben met het moeten inzetten van meer creativiteit. Hebben leraren in Amerika misschien meer tijd voor onderzoek en ontwikkeling, naast hun lesuren? Is in Amerika de onderwijsvrijheid groter, of zijn ze gewoon minder bang voor de schoolinspectie en voelen ze zich minder machteloos – en hoe zou dat komen? Wellicht heeft het te maken met factoren die buiten de verhouding leraar-leerling staan, zoals bestuursstructuren op school, of met ervaringen die scholen hadden in het verleden met ouders, de schoolinspectie en de pers. Misschien ook met het ‘antroposofsiche’ element in de cultuur van de vrijeschoolwereld zelf – creativiteit werd daar (met name in de vorige eeuw) misschien minder belangrijk gevonden dan (boeken)kennis, terwijl die antroposofische kennis ook teveel op zichzelf bleef staan, in plaats van op peil gebracht met de huidige stand van de wetenschap. En leraren hebben het hier in Nederland wel erg druk met hun pedagogische administratie – veel tijd om naast je werk met dit vrijeschool-onderzoek bezig te zijn hebben ze niet. Leraren die zich voor dit soort ontwikkel- en onderzoekswerk willen inzetten zouden daarvoor eigenlijk voor een deel vrijgesteld moeten worden.

 

Het is niet alleen een kwestie van geld. Als we nieuw en eigen toetsmateriaal willen ontwikkelen zullen we creatief moeten worden.  Dat begint met onzekerheden en lastige vragen want van een creatief proces weet je vantevoren niet wat eruit komt. Hoe maak je van onze ‘softe’ vrijeschool-waarden iets waarvan je de aanwezigheid kunt aantonen? Hoe weren we eisen uit de school die niet stroken met ons pedagogisch mensbeeld, en hoe onderbouwen we dat? Hoe richt je je lessen zo in dat kinderen in het periodeschrift laten zien wat je als leerdoel gesteld had, en hoe richt je de beoordeling zo in dat het periodeschrift in één moeite door– en achteraf – als proefwerk kan dienen? En hoe maak je daar een cijfer van, of moeten we daar toch van af?

Ondanks die onzekerheden vooraf mag je er vanuit gaan dat er iets uitkomt als ervaren leraren en pedagogen eraan gaan werken. Zij kennen de leerlingen immers het best. Wellicht ligt hier nog een mooie taak voor vrijeschool-leraren die gepensioneerd zijn. Allerlei materiaal is als inhoud ook al ontwikkeld. Nu nog de moed om ervoor op te komen.

 

 

 

 

10 maart: bijeenkomst ‘In gesprek komen over de koers van de vrijeschool’

Bijna 1400 mensen ondertekenden inmiddels de Verklaring voor de vrijeschool op deze website. Nu is het zaak het gesprek op gang te brengen over de koers van de vrijeschool. De bijeenkomst op 10 maart gaat over wat een constructief gesprek moeilijk maakt en vooral wat je kunt doen als initiatiefnemer om het wél te laten lukken. Lees verder 10 maart: bijeenkomst ‘In gesprek komen over de koers van de vrijeschool’

De spagaat van de vrije school: Over omgaan met het spanningsveld tussen onderwijsconcept, citotoetsen en inspectie

door Saar Frieling
In de afgelopen jaren is in de vrijeschool wereld steeds het woord ‘spagaat’ opgedoken. Deze spagaat heeft, zo is het beeld, één voet in het ‘oude’ vrijeschoolonderwijs, zonder methodes en leerlingvolgsystemen, met de docent als het scheppend centrum van klas en pedagogiek. De andere gestrekte voet – eindeloos ver weg – bevindt zich in de wereld van het reguliere ‘systeem’, vertegenwoordigd door de onderwijsinspectie. Lees verder De spagaat van de vrije school: Over omgaan met het spanningsveld tussen onderwijsconcept, citotoetsen en inspectie

Vrijeschool, toon moed en word wie je bent! (Er zijn al genoeg gewone scholen)

sporen vrijeschool

De vrijeschool heeft een groter ideaal dan kinderen voorbereiden op de arbeidsmarkt. Het onderwijs komt voort uit de antroposofische mens- en wereldvisie van Rudolf Steiner, die hij ontwikkelde in de turbulente tijden van het Europa aan begin van de 20ste eeuw. Het vrijeschoolonderwijs wil kinderen opvoeden tot vrije, zelfstandige mensen die vanuit hun eigen impuls de maatschappij kunnen vernieuwen. Lees verder Vrijeschool, toon moed en word wie je bent! (Er zijn al genoeg gewone scholen)

Vrije Vonken gezocht!

Er wordt heel wat afgevinkt in de vrijeschool, maar wordt het nog wel genoeg gevonkt?
‘Worden wie je bent’ is ook voor de moderne vrijeschool een actuele opdracht.

Loop je al een tijdje met een vurig plan rond voor de vrijeschool? Neem initiatief – en word een Vrije Vonk! Wij organiseren dit najaar een bijeenkomst waar je gelijkgestemden kunt ontmoeten om samen plannen te smeden.

Meld je plan of idee bij ons aan: info@vrijonderwijs.nl.
Zo houden we samen de vlam binnen de vrijescholen brandende.

Dit idee ontstond in samenspraak met mensen van De Seizoener en Facebookgroep De Vrijeschoolgroep.